Tolheffing

Uit Lexicon Steenwijks verleden (2025)

Als vorm van directe belastingheffing werd sinds de middeleeuwen langs de doorgaande wateren tolgeld (doorgangsgeld) geïnd. Aan het diep/" class="wpws-internal-link" title="Eind van ’t Diep">Eind van ’t Diep werd in de periode 1636-1930 tol geheven op de daar passerende schepen, de zogeheten Dieptol. In Blokzijl werd turftol geheven op de daar overgeladen turf. In de 18e eeuw werd ook begonnen met tolheffing langs de wegen, al naar wanneer deze verhard werden. Uit die tijd dateren begrippen als tolhuis, tolhek, tolgaarder, tolboom en boomsluiter. Voetgangers en passagiers waren vrij van tol. De oudste tollen bij Steenwijk waren even buiten de Gasthuispoort en de Woldpoort. Met het gereedkomen van de rijksweg, kwam in 1830 een einde aan de tolheffing aan de oude heirweg bij Kwikkels en bij Onna. Aan de rijksstraatweg werd sinds 1830 tol geheven ter hoogte van de Bramenweg onder Nijeveen, aan de Tukseweg 200 m buiten de Woldpoort en 400 m voorbij Witte Paarden. Aan de Oldemarktseweg werd van 1846-1910 tol geheven bij de Weerbrug, op de grens tussen de gemeenten Steenwijkerwold en Oldemarkt. Deze concurreerde met een particuliere tol in Westenwold. Aan de Eesveenseweg stonden tolhuizen bij de gemeentegrens, 900 m voorbij de spoorlijn, en een tussen Eesveen en Nijensleek. Hier werd van 1856-1930 tol geheven. In 1821 kwam er een tol aan de Gasthuisdijk in Zuidveen en ook was er een bij de grens tussen Steenwijkerwold en Wanneperveen bij Roekebos. Van 1869-1909 werd tol geheven aan de Kallenkoterallee, bij de gemeentegrens even over het spoor links en sinds 1895 was er ook een tol bij de provinciegrens aan het Westeinde van Wapserveen. Sinds 1871 werd ook tol geheven aan de Bultweg. Nadat sinds 1 mei 1900 geen tol meer werd geheven op de rijkswegen en in 1930 het beheer van de andere doorgaande wegen werd overgenomen door de provincie, kwam er een eind aan de tolheffing.[1][2]

Bronnen en referenties

  1. [1] DTV p33-35
  2. [2] HM 2004 n2 p70-72