Steenwijk
(1): stad in Overijssel, 30 km ten noorden van Zwolle, 100 km ten oostnoordoosten van Amsterdam. Steenwijk was tot 2001 hoofdplaats van de gelijknamige gemeente, sindsdien hoofdplaats van de gemeente Steenwijkerland. De stad telt ruim 17.000 inwoners.
Vroegste geschiedenis.
Steenwijk is, zoals Groningen, ontstaan als een Drents brinkdorp. Het heeft zich ontwikkeld als handelsnederzetting aan de oude heirweg van Stavoren naar Duitsland, waar deze het stroomdal
van de Steenwijker Aa kruiste. Hier werd het eerste houten kerkje gebouwd, mogelijk gewijd door Willibrord (8e eeuw). De oudst bekende naamsvermelding, ‘Stenwic’, dateert van 13 maart 1141.
Het betreft een brief van bisschop Hartbert waarin hij bepaalt dat de inkomsten van de kerk van ‘Stenwic’ voortaan toekomen aan het Sint Mariaklooster in Ruinen. Sinds 1206 gingen deze
inkomsten weer naar de bisschop. De naam Stenwic wordt verklaard als een wijk- of stapelplaats bij een stenen bouwsel (hunebed?) of stenenrijke omgeving. Steenwijk is van oudsher de
toegangspoort naar het noorden. De strategische betekenis bleek al tijdens de oorlogen die de bisschoppen in 1227 (slag bij Ane) en van 1228-1232 met de Drenten voerden, waarbij Steenwijk
als bisschoppelijke uitvalsbasis fungeerde.
Zie ook
Bronnen en referenties
- ↑[1] Ref.: Heel, C.J. van. Het vroegste verleden van Steenwijk; in: HM 1986 n2 p 3‑7; Stad en Wold; de gemeenten Steenwijk en Steenwijkerwold in de twintigste eeuw ( 1999); Steenwijk Vestingstad; een terugblik voor de toekomst. Steenwijk, 2009.