Brandweer
Sinds de grote stadsbrand van 1523, waarbij de hele stad afbrandde met uitzondering van de (drie) kerken en zeven woonhuizen, werden er tal van brandvoorschriften opgesteld. Deze werden naderhand ook in het keurboek vastgelegd. Bluste men aanvankelijk met leren emmers gevuld met water uit de Aa, in 1698 schafte het stadsbestuur een slangenbrandspuit aan. Na vele jaren trouwe dienst is deze als bezienswaardigheid opgesteld in de brandweergarage. In het midden van de 19e eeuw werd de stad verdeeld in drie brandwijken met elk een brandspuithuisje en een brandmeester die, op basis van burgerplicht, zelf zijn hulpkrachten bijeen moest zoeken. In de gemeente Steenwijkerwold waren er diverse depots met een handspuit en slangen ondergebracht in bedrijfsruimten. Nadat Steenwijk in 1907 waterleiding kreeg, ging de burgerplicht in 1908 over in een vrijwillige brandweer, die in 1936 overging in een gemeentelijk brandweerkorps. Sinds 1935 beschikte Steenwijkerwold over een eigen motorspuit; Steenwijk volgde in 1942. In 1947 werden beide korpsen samengevoegd; de brandweergarage werd gecentraliseerd in Steenwijk en kreeg eerst in 1992 een passend onderkomen in het voormalige zwembad De Westwijck dat tot brandweergarage werd omgebouwd.
Bronnen en referenties
- ↑[1] Ref.: HM 1988 n4 p131-142; HM 2014 n3 p104; SW p391-398.