Windmolens
Door de wind aangedreven molens voor het malen van graan (koren- of graanmolens), voor het bewerken van eikenschors (schors-, run- en eekmolens), voor het zagen van hout (houtzaagmolens), voorhet vollen van wollen stoffen (volmolens) of voor het opvoeren van overtollig water (poldermolens). Sinds 1917 bestaan er in Steenwijk en Steenwijkerwold alleen nog poldermolens. De Eekeringemolen was, voor zover bekend, Steenwijks oudste molen (vóór 1477). In 1522 werden twee walmolens vernield door Friese troepen. In 1557 waren er, volgens de stadsplattegrond van Jacob van Deventer, zes windmolens (alle korenmolens): twee walmolens (Eekeringemolen en Luchtsmolen) en vier molens buiten de stad (Hogewaterensmolen in Zuidveen, Gheert Stevensmolen buiten de Oosterpoort – later Het Anker, een molen “bij de Woldpoort” en een molen aangeduid met “bij het Capelle” of “bij het Wold”), de laatste twee dienden mogelijk ook als houtzaagmolen. Sinds 1597 was er bovendien een Stadsmolen – later De Koorndrager.
In 1860 werd op het Oosterbolwerk een korenmolen gebouwd (Molen van Jan Knol) op de molenberg van 17e-eeuwse voorganger.Verder buiten de stad waren nog drie korenmolens: de Baarsmolen, die in Molenhoek en de Molen van Wierda in Willemsoord. Vermeldenswaard zijn ook de windwatermolens “Het is niet anders” van Jan de Wagt aan het Steenwijkerdiep bij Halfweg en die van Trien’n Peters bij Zuidveen.
In de 19e eeuw werden er verschillende molens gebouwd aan de zuidzijde van het Steenwijkerdiep: in 1832 waren er een volmolen van Willem Keijzer en een pel- en eekmolen van Jan Meesters. Kort daarna kwam er aan de noordzijde een graanmolen van Hendrik Meesters (de latere Molen van Klaas Rijkmans). In 1846 kwam er aan de zuidzijde een grote houtzaagmolen van Salco Meesters, waarvan in 2000 de paalfundering werd blootgelegd. In 1865 waren er vier molens aan de zuidzijde en één aan de noordzijde van het Diep. In 1868 bouwde Jan Wicherson een houtzaagmolen aan de noordzijde van het Diep, in 1875 verscheen er een koren- en runmolen van Klaas Rijkmans en in 1878 kwam er nog een houtzaagmolen bij: Het Klaverblad van Barend Volkers.[1]
Bronnen en referenties
- ↑[1] Ref.: DTV p16-18; HM 1985 n1 p12-20.