Waterputten
Vóórdat zij een aansluiting hadden op de waterleiding, beschikten de meeste boeren over een eigen waterput. In de buurtschappen en dorpen zoals Tuk en Thij was er een gezamenlijke put, tevens de plaats waar het plaatselijke nieuws werd uitgewisseld. In Steenwijk hadden alleen welgestelden een eigen waterput in of achter het huis. De gezamenlijke stadswaterputten stonden op goed bereikbare plaatsen. Volgens 17e-eeuwse stadsplattegronden stond er toen een put op de Markt, in de Gasthuisstraat en op de splitsing van Woldstraat en Korte Woldstraat (de Woldpomp). Dit aantal nam met de jaren toe tot een twintigtal. In de 19e eeuw werden de open putten door een overwelving afgesloten en van een handpomp met zwengel voorzien. Deze stadspompen werden tussen 1912 (het waren er toen nog veertien) en 1925 buiten werking gesteld. De Woldpomp, van 1819, werd in 1973 weer in ere hersteld, hoewel aangesloten op de waterleiding. Deze is ook bekend als de Dubbele Pomp. In 1999 werd een acht meter diepe put aan de Molenstraat weer in herkenbare staat teruggebracht.[1][2][3]