| 15. | Hovens Greve, Dr. Catharina (7.Willem2, 1.Willem1) is geboren op 19 dec 1888 in Doorn; is gestorven op 12 apr 1969 in ‘s-Gravenhage. Andere gebeurtenis soorten en attributen:
- Beroep: Huisarts te Leiden
- _UID: 62A7D9EE641A4B209D6211E5F079E3A19BC0
Aantekeningen:
Woont in 1930 in Leiden.
Gemeente: Doorn
Soort akte: Geboorteakte
Aktenummer: 78
Aangiftedatum: 22-12-1888
Kind
Catharina Hovens Gréve
Geslacht: V
Geboortedatum: 19-12-1888
Geboorteplaats: Doorn
Vader
Willem Hovens Gréve
Moeder
Baukje Jeannette Wilhelmy Damsté
Woont in 1915 in Katwijk aan Zee.
DR. CATHARINA HOVENS GRÉVE
Doorn 19 december 1888 - ‘s-Gravenhage 12 aipril 1969
Zij kwam als zesjarige naar Leiden, bezocht er de lagere school en het Gym- nasium en liet zich in 1907 inschrijven als studente in de medicijnen aan de Leidse Universiteit. Zij behaalde er in 1915 het artsexamen. Achtereenvolgens was zij werkzaam in het Zeehospitium te Katwijk aan Zee, in het Wilhelmina- gasthuis te Amsterdam en gedurende twee en een half jaar als assistente van prof. dr. W. Nolen, de bekende Leidse internist in die tijd. In april 1919 vestigde zij zich als huisarts te Leiden om er enkele maanden later te promoveren bij prof. Nolen tot doctor in de geneeskunde, op een dissertatie ,,Over de verhouding tus- schen den bloeddruk en het suikergehalte van het bloed”. Daarna was zij korte tijd als assistente verbonden aan de kliniek van prof. dr. W. Storm van Leeuwen (pharmacodynamie) en - als volontair - aan die van prof. dr. E. Gorter (kinder- geneeskunde).
Ondanks haar snel zich uitbreidende praktijk als huisarts gaf zij meer dan vijf en twintig jaar een cursus ziekenverpleging aan de zusters van het Diacones- senhuis en ongeveer twintig jaar was zij bestuurslid van de plaatselijke afdeling van de Zuid-Hollandse Vereniging ,,Het Groene Kruis”; ook was zij bestuurslid van de Bond voor Ziekenverpleging en van de Leidse Vereniging tot bestrijding der tuberculose. Vele jaren maakte zij tevens deel uit van de Kerkeraad der Doopsgezinde gemeente te Leiden.
Van de oprichting af was zij lid van de Leidse Soroptimistclub, voorts o.a. lid van de Leidse afdeling van de Vereniging van Vrouwen met Academische Opleiding, van een Damesdebatingclub, een kring van vrouwelijke artsen. Zij was erelid van de Vereniging van Vrouwelijke Studenten te Leiden en lid van de Universiteitsraad van het Leid& Universiteits-Fonds; ook maakte zij deel uit van de Commissie van Toezicht op het Middelbaar onderwijs vóór, tijdens en na de moeilijke jaren van de tweede wereldoorlog. Bovendien was zij controle- rend arts van de Huishoudschool aan het Rapenburg.
Haar grote verdiensten voor de gemeenschap vonden hun erkenning in de koninklijke benoeming tot Ridder in de orde van Oranje Nassau en in de be- giftiging met de zilveren eremedaille van de Gemeente Leiden.
Na bovenstaande korte schets van de belangrijkste feiten in haar leven zou ik gaarne nog aandacht willen vragen voor de belangrijke rol, die zij in het leven van zeer veel Leidse stadgenoten heeft gespeeld. Treffend kwam de dankbaar- heid van deze grote groep tot uiting, toen men bij honderden daarvan kwam getuigen tijdens een bijzonder drukke receptie ter gelegenheid van het feit, dat dr. Hovens Gréve 40 jaar arts was. Een klein comité van collega’s, patiënten en vrienden en vriendinnen had deze receptie georganiseerd en haar deze min of meer ,,opgedrongen”, want dr. Hovens Gréve timmerde niet graag aan de weg. Ik had toen het voorrecht haar te mogen toespreken namens de patiënten en verheugde mij toen oprecht, dat haar vele patiënten, collega’s en vrienden de kans kregen op deze wijze openlijk van hun grote dankbaarheid en erkentelijk- heid jegens haar te kunnen getuigen.
Bij het kiezen van een huisdokter stelt men zich primo de vraag: is de dokter kundig? secundo: zou ik vertrouwen in de dokter hebben? In de praktijk is overduidelijk gebleken, dat de patiënten van dr. Hovens Gréve op beide vragen met een volmondig ja hebben kunnen antwoorden. Zij heeft een zeer grote praktijk uit alle lagen der maatschappij opgebouwd en zij zette zich met haar gehele persoon voor al haar patiënten in. Zoals een reeds lang overleden bekend Leids medicus mij eens zeide: ik heb haar nog nimmer een foute diagnose horen stellen.
Wanneer men zich afvraagt: wat hebben de patiënten het meest in haar gewaar- deerd, dan zou ik willen zeggen:
1. dat zij hun het gevoel gaf tijd voor hen te hebben en dat zij met intense belangstelling naar hun klachten luisterde, hetgeen een telkens zich geheel om- schakelen met zich meebrengt. Zo herinner ik mij de vele malen, dat er voor haar opgebeld werd tijdens een vergadering of interessante lezing en hoe zij dan resoluut de bekende handtas met luisterapparaat en receptenboek oppakte, om- dat het, zoals zij in het voorbijgaan zei, ,,toch wel een spoedgeval zal zijn waar ik na het telefoongesprek op af moet, of het betreft mensen, die anders niet rustig de nacht durven ingaan”.
2. dat dr. Hovens Gréve zulk een goed huisdokter was, dat wil zeggen niet al- leen iemand die de patiënt tracht te genezen, maar hem of haar raad geeft in de moeilijke situatie waarin hij of zij verzeild is geraakt. Oudere mensen b.v. wor- den ziek en hebben onvoldoende hulp; mensen aarzelen soms of zij vervroegd pensioen zullen aanvragen, enz. Hoe vlug wist dr. Hovens Gréve dan niet te pijlen waar de schoen hem wrong; hoe vlug overzag zij niet de algehele situatie: het bed moest verzet naar een andere kamer met zon; de ene zieke moest geremd in zijn activiteit, een ander moest juist van zijn ziekte worden afgeleid en actief gemaakt; wat verzon zij al niet voor hartpatiënten die geen zware dingen moch- ten dragen; ik herinner mij een geval waarbij zij zelfs het sleutelmandje van de patiënte controleerde om te voelen of herhaaldelijk oppakken door de huisvrouw niet te zwaar was.
3. dat dr. Hovens Gréve zulk een opgeruimd karakter had, waar iets verkwik- kends en opbeurends voor haar patiënten van uit ging. Slechts een heel enkele maal verliet deze opgewektheid haar, wanneer zij na een zware inspannende dag van haar praktijk ‘s avonds zich nog naar een vergadering spoedde en daar lang gediscussieerd werd over - vergeleken bij haar dagtaak - totaal onbelangrijke zaken.
4. dat zij er ruim-denkend tegenover stond, wanneer patiënten op een zeker ogenblik van hun ziekte toch nog een specialist wilden raadplegen; vaak ad- viseerde zij zelf een specialist te consulteren; wanneer de patiënt daar dan tegenover stelde dat dr. Hovens Gréve zulk een geval ook zelf zou kunnen be- handelen, antwoordde zij: in een stad als Leiden, waar zulke uitstekende specia- listen zijn, wil ik tegenover mijn patiënten toch op de mogelijkheid wijzen.
Wanneer men zich afvraagt: hoe zag dr. Hovens Gréve zelf haar beroep als huisarts, dan kan ik U hierop met haar eigen woorden antwoorden: ,,Het werk als huisarts biedt aan een ongetrouwde vrouw een heerlijk arbeidsveld (of moet ik zeggen: bood?!), mits men met een redelijk goede gezondheid gezegend is en belangstelling heeft voor zijn medemens. Mijn Leidse tijd heeft in mijn her- innering alléén maar geluk opgeleverd, en voor dit leven als huisarts ben ik altijd bijzonder dankbaar geweest!” (uit een brief van januari 1969 als dankbetuiging voor de vele attenties, die zij mocht ontvangen ter gelegenheid van haar tachtig- ste verjaardag).
Onder de vrouwen, waarmede dr. Hovens Gréve in verschillende verenigin- gen zat, had zij vele echte goede vrienden. Deze vrouwen stelden haar helder verstandig oordeel zeer op prijs; zij waren vol bewondering dat dr. Hovens Gréve in 1907 de durf en de doorzetting heeft gehad om als meisje medicijnen te gaan studeren en dat zij in deze verenigingen steeds opkwam voor de rechten en de positie van de vrouw in de maatschappij, terwijl zij de jongeren voortdurend opwekte hiervoor te blijven strijden. In verschillende besturen was zij een uit- stekend presidente.
Dr. Hovens Gréve had ongetwijfeld niet zo veel werk kunnen verzetten wan- neer zij thuis niet zo goed verzorgd zou zijn geweest, eerst door haar moeder, waarmede zij geruime tijd samenwoonde, later ruim 32 jaar door haar trouwe hulp, mejuffrouw Aagje van Leeuwen, die steeds opkwam voor de belangen van ,,haar” dokter en haar in de oorlog vaak ‘s avonds door de pikdonkere straten te voet vergezelde naar haar patiënten en de boodschappen steeds feilloos over- bracht.
Toen zij de laatste jaren door ziekte haar praktijk niet meer kon uitoefenen, viel haar dat zwaar, hetgeen van zulk een actieve figuur te begrijpen valt. Zij was echter al aardig bezig ingeburgerd te geraken in het rusthuis Oldeslo in den Haag, waar zij voor vele bewoners en bewoonsters ook weer een steun was ge- worden, toen zij toch nog vrij plotseling is overleden na een zeer welbesteed le- ven in dienst van de mensheid.
M. E. Blok 29
|