Stadsgracht
Het oudste bericht over het graven van de Steenwijker stadsgracht dateert uit 1413 toen bisschop Frederik III van Blankenheim daar toestemming voor verleende. Twee berichten uit 1419 meldden de uitvoering ervan; het hele werk heeft ongeveer dertig jaar geduurd. Van 1591-1627 werden acht bolwerken uitgebouwd, waartoe de stadsgracht verlegd en verbreed werd. In die tijd werd de gracht op peil gehouden door een rosmolen aan de noordwestzijde van de stad. De ophaalbruggen werden in 1830 vervangen door gemetselde duikers die in 1900 door betonnen werden vervangen. In 1865 werd de gracht aan de noordwestzijde van de stad gedempt. In dit gebied kwam later de Paardenmarkt. Ook werd een korte verbinding tussen de stadsgracht en de Aa tot stand gebracht. Daarin werd een houten schutsluisje gebouwd om kleine vaartuigen voor onderhoud van gracht en walkanten te kunnen doorlaten. Kort na 1893 kwam een project tot stand voor de waterverversing van de stadsgrachten. Daartoe werd een aanvoersloot met grondduikers van de Spoorsloot naar de Looijersgracht aangelegd. Overtollig water werd door een duikersluisje op het Steenwijkerdiep geloosd. De sloot werd in 1955 gedempt en in 1961 werd het schutsluisje vervangen door een elektrisch vijzelgemaal (achter de voormalige School B). In de periode 1953-2002 was een gedeelte van de Looijersgracht gedempt om als parkeerplaatsje dienst te doen. De oorspronkelijke stadsgracht had rondom een lengte van ruim 1700 m.
Bronnen en referenties
- ↑[1] Ref.: WWO p 70.