Kuinre

Uit Lexicon Steenwijks verleden (2025)

Dorp aan de voormalige Zuiderzee, in de gemeente Steenwijkerland, 19 km ten westen van Steenwijk, met ruim 900 inwoners. Oude vermeldingen als Kuinre of Kunre dateren van 1119 en 1132. Hendrik van Kuinre alias Henricus Grus, ook Henric de Crane genoemd, was de eerste heer van Kuinre (eind 12e eeuw). Als dienstman van de bisschop resideerde hij, evenals zijn nazaten, op een in 1204 gebouwde bisschoppelijke burcht aan de Zuiderzee die, na de stormramp van 1375 werd verplaatst. In 1245 werd Kuinre verrijkt met de stichting van een kapel behorende tot het Sint Odulfsklooster in Stavoren. Daarmee werd Kuinre een kerspel, heerlijkheid en graafschap tegelijk. De ‘heren’ waren velen, vooral zeevarenden, tot last. In 1407 kocht bisschop Frederik van Blankenheim, met steun van de IJsselsteden, de heerlijkheid Kuinre, waarmee het land bevrijd werd van deze laatste ‘roofridders’. Sindsdien werd Kuinre een bedrijvige plaats met visserij, scheepvaart en handel. Achteruitgang hiervan in de 18e eeuw werd verooraakt door verzanding van de havengeul. Deze werd in 1743 uitgediept en aanzienlijk verlengd. Door de aanleg van de Noordoostpolder liep de bedrijvigheid opnieuw sterk terug. Kuinre was tot 1811 een zelfstandig schoutambt, als gemeente in 1973 opgegaan in IJsselham en in 2001 in de gemeente Steenwijkerland.

Bronnen en referenties

  1. [1] Ref.: Boer, P.C. de en A.J. Geurts. Oude burchten in het nieuwe land; de middeleeuwse kastelen van Kuinre in de Noordoostpolder (2002); CS p32-35; DTV p175-177; R. Kamman. Geschiedenis van Kuinre en omgeving (1985).