Beurtvaart

Uit Lexicon Steenwijks verleden (2025)

Sinds de 16e eeuw was er behoefte aan een regeling waarbij de binnenschippers om de beurt zouden varen. Steenwijk heeft drie eeuwen lang een bloeiende beurtvaart gekend. Er werd gevaren naar het noorden via Ossenzijl op Oldemarkt, Kuinre, Sneek, Leeuwarden en Groningen; naar het zuiden via Zwartsluis op Meppel en Zwolle, vanaf 1866 per stoomboot. Het betrof voornamelijk vrachtvervoer; de schepen hadden nauwelijks accommodatie voor passagiers. De omgeving van Steenwijk leende zich niet voor het gebruik van trekschuiten. Sinds het in gebruik nemen van het Steenwijkerdiep in 1632, richtte de beurtvaart zich, via Blokzijl, ook op Amsterdam, de Zaanstreek en Rotterdam. Sinds 1713 had Steenwijk een schippersgilde. Het beurtveer werd verzorgd door bekende Steenwijker schipperfamilies: Beekhouts, Bruinenberg, Van der Leij, Roeles en Visscher, de Gebroeders Ouwehand uit Katwijk en de families Doeven, Joontjes en De Ruiter uit Blokzijl.[1][2][3][4]

 

 

 

Zie ook

    Bronnen en referenties

    1. [1] Bruinenberg, H. De tijd vertelt; over het leven in de Noordwesthoek . Steenwijk, Hovens Gréve, 1959 • p27-29
    2. [2] Historische Mededelingen 1995 n4 p120-130
    3. [3] Old Steenwiek 2016 n4 p11-29
    4. [4] Veen, J.H.S.M. Van Tram, Boot en Bus; de geschiedenis van het streekvervoer in het noordwesten van Overijssel. Kampen, Kok, 1978. • p14-15.