Rams Woerthe:
Villa gebouwd in opdracht van J.H. Tromp Meesters in art nouveau stijl op de voormalige Paasweide, aan de westzijde van de stad. De naam heeft betrekking op een stuk grond (woerthe) dat ooit aan ene Ram heeft toebehoord. De opdracht werd in 1898 uitgewerkt door het Amsterdamse architectenbureau A.L. van Gendt en Zonen; de indeling is van P.J.H. Cuypers, het ontwerp van A.D.N. van Gendt. De bouw werd uitgevoerd door de Steenwijker aannemers Jac. de Boer en Co. en W. Voerman en kwam in 1899 gereed. De buitenkant valt op door de verschillende maten vensters, geglazuurde baksteen en natuurstenen lateien. Vooral de ingangspartij bevat speciale kenmerken van de Art Nouveau. Het interieur wordt gesierd door wandschilderingen van Co Breman met voorstellingen van het landleven en de vier seizoenen. Het fraaie trappenhuis wordt extra opgeluisterd door een magistraal gebrandschilderd glas-in-loodraam vervaardigd door Adolf le Comte. In de voormalige raadszaal bevindt zich een driedelig glas-in-loodraam, in 1926 ontworpen en gemaakt door Willem Bogtman, geschonken door D.H. Wicherson. Het middenraam stelt het oude stadswapen van Steenwijk voor met Sint Clemens als schildhouder. Op de begane grond en in de kelders is het Instituut Collectie Krop ondergebracht, alwaar een groot aantal werken van de in Steenwijk geboren beeldhouwer Hildo Krop zijn te bewonderen. Bij de ingang van het park, naast het prachtige uit plantenmotieven gesmede hek, staat de dienstwoning, in 1900 ontworpen door de Steenwijker architect Bato Rouwkema. Negen jaar na het overlijden van de eigenaar in 1908 en na enige jaren van leegstand, werd de villa gekocht door de gemeente Steenwijk, die het gebouw van 1919-1992 in gebruik had als gemeentehuis. Sinds 2000 dient het als representatief centrum van het gemeentebestuur van Steenwijkerland. De villa behoort tot de top honderd van de Nederlandse monumenten. Dit rijksmonument is tijdens kantooruren geopend en, op afspraak, gratis toegankelijk (met uitzondering van de Kropcollectie). [1]
Zie ook
Bronnen en referenties
- ↑[1] Ref.: DTV p75-76; OS 2023 n4 p25-20 en 2024 n2 p9-10; OSC 21 september 1959; SO p12-13, 68-69 en 73; SV p335-341; SW p87-89.