Goor, ‘t
(Vroeger ook: Gore): drassige laagte, brongebied aan de voet van hogere gronden. De naam duidt op de slijkerige bodemsoort.
(1): laagte aan de noordflank van de Woldberg, 3 km ten noordnoordwesten van Steenwijk, naar het oosten afwaterend op de Steenwijker Aa. In 1260 schonk bisschop Hendrik vanVianden aan Mr. Arnoldus, pastoor van de Sint Clemenskerk, het land Gore. Dit strekte zich uit van “het veen Berch” tot het omliggende bouwland (ref.: CK). Doel was, om daarop, ten behoeve van de kerk, een huis te bouwen met tuinen en toebehoren, tegen een jaarlijkse levering van 2 pond was. In 1856 werd ’t Goor, of Goorveld, gerekend tot de buurtschap Baars. Sinds 1970 is ’t Goor hier ook de naam van een landweggetje waar sinds 1984 de bedrijfsgebouwen staan van steenwijkerwold/" class="wpws-internal-link" title="Boswachterij Het Steenwijkerwold">Boswachterij Het Steenwijkerwold.
(2): een laagte ongeveer 1 km zuidwestelijk van Steenwijk, even ten noorden van Zuidveen, in 1480 Waethorn genoemd. In 1496 woonde hier Wigher ten Goer, ten westen van de Vossenhof en ten oosten van de Appelshof.