De nieuwste uitgave van Old Steenwiek, het kwartaalblad voor de leden van de Historische Vereniging Steenwijk en Omstreken, is weer verschenen.
Met vier edities per jaar vormt Old Steenwiek al decennialang een vertrouwd gezicht voor liefhebbers van de geschiedenis van Steenwijk en omgeving. Het blad biedt een rijke verzameling aan verhalen die diep geworteld zijn in de regio. Van persoonlijke herinneringen en familiegeschiedenissen tot beschrijvingen van markante plekken, gebeurtenissen en bijzondere inwoners – elke editie brengt het verleden op een toegankelijke manier tot leven.
Wat Old Steenwiek bijzonder maakt, is dat de inhoud grotendeels tot stand komt dankzij de inzet van betrokken vrijwilligers en leden. Hun onderzoek, verhalen en oog voor detail zorgen ervoor dat lokale geschiedenis niet verloren gaat, maar juist wordt vastgelegd en gedeeld met een breed publiek.
Met circa 1.500 abonnees bereikt het blad een grote en betrokken lezersgroep. Daarmee is het niet alleen een belangrijk onderdeel van de vereniging, maar ook een waardevolle bron voor iedereen die geïnteresseerd is in het verleden van Steenwijk en omstreken.
Old Steenwiek • Jaargang 43/2 - 2026
De voorkant van Old Steenwiek, het kwartaalblad van de Historische Vereniging Steenwijk en Omstreken (HVSeO), trekt als eerste de aandacht: dit is molen ‘De Eikel’ aan het Steenwijkerdiep van houthandel Wicherson. De molen is afgebrand in 1912, maar dit gebrandschilderde raam door kunstenaar Willem Bogtman is er nog steeds!
Het hele nummer is lezenswaard. Sjef Damhuis en Jan Bruinewoud gaan in op de ruim 450 Steen-wijkerlanders die naar Nederlands-Indië vertrokken om te vechten voor de ‘bevrijding van onze kolonie’. De auteurs belichten de achtergrond van het koloniale conflict en de politionele acties, maar ook hoe ‘onze jongens’ de situatie beleefden.
Vervolgens kan men het geheugen opfrissen met een denkbeeldige wandeling door de Oosterstraat. Johan Doeven belicht de adressen 18 t/m 32 en de bedrijvigheid die er bestond.
Vincent Erdin zoekt de grenzen op in een volgend artikel. Hij vertelt over de functie van grenspalen. Hij legt uit van wie ze zijn en wie ze feitelijk onderhouden.
Annemarie Meijer beschrijft de totstandkoming van een tweede weg naar het in 1868 aangelegde station. Omdat men vanuit het westen van de stad een flinke omweg via de Stationsstraat moest maken, klonk al snel de roep om een tweede toegang. Het zou niet alleen aan de plannen of kosten liggen dat de stad 30 jaar heeft moeten wachten op de ‘Nieuwe Stationsweg’: de huidige J.H. Tromp Meestersstraat. Voor veel oponthoud en juridische strijd was één persoon verantwoordelijk.
De politionele acties door Sjef Damhuis en Jan Bruinewoud
In de periode 1946-1949 vertrokken bijna 100.000 dienstplichtigen met troepentransportschepen naar Nederlands-Indië. Ruim 5.000 van hen sneuvelden in wat ‘de politionele acties’ zijn genoemd. Sjef Damhuis en Jan Bruinewoud beschrijven hoe al in juli 1945 een bataljon vrijwilligers er heen vertrok. Onder hen zo’n dertig jongens uit Steenwijk en omgeving, in hoog tempo klaargestoomd en met een getekend contract voor anderhalf jaar (met verlenging) op zak. Zij zouden onze kolonie bevrijden, maar moesten uiteindelijk ‘orde en rust’ brengen in een politiek complexe situatie.
Hun strijd wordt voelbaar in de briefwisseling die vader Jan Damhuis (de vader van de auteur) met diens oom Bernhard in Thij voerde. Zijn bataljon stond met 30 man tegenover een overmacht van 10.000 en verloor 5 jongens. ”Wil je geloven dat de jongens hier óp zijn van de zenuwen. Morgen worden de gesneuvelde jongens begraven,” meldt hij. En in een latere brief: “Als je nu ophoudt, zou de rotzooi nog groter worden. De KLM heeft een landingsverbod in India en Pakistan, we merken het nu al met de post.” Ook heimwee sijpelt door in zijn woorden: “Hoe was de nachtmis op ’t Wold? Alvast zalig en gelukkig nieuwjaar, ik hoop dat we elkaar zo spoedig mogelijk de hand kunnen schudden.”
Jan Damhuis en zijn maten zouden pas op 7 juni 1948 terugkomen in Nederland. Van hun bataljon sneuvelden 33 jongens, waaronder vier afkomstig uit de gemeenten Steenwijk en Steenwijkerwold.
Bedrijvigheid in de Oosterstraat, deel 2 door Johan Doeven
In een tweede artikel over de Oosterstraat vertelt Johan Doeven wie hun nering hadden op de nrs. 18 t/m 32. In deze Old Steenwiek vindt men de complete lijst: van zadelmakerij, hoedenmaker en chocolaterie tot koosjere slagerij en ijssalon. Hier volstaan we met een bescheiden greep.
Voor velen een feest van herkenning! Want wie herinnert zich niet de textielwinkel van Rijkman Boonstra (Niet verder lopen, hier kunt u voordelig kopen) waar nu horeca zetelt, waarvoor de zoveelste kapper moest wijken. Naast het huidige pand van terStal Familiemode zat ooit een sigaren-magazijn, met een ‘eeuwige vlam’ op de toonbank om sigaren mee aan te steken. Overigens zijn er meer sigarenwinkels geweest in de Oosterstraat. Sigarenmagazijn Hendrik Bosma of Jantje de Boer-Huisman bijvoorbeeld, De Olde Veste of De Vulkaan. Velen hebben de ijzerwarenwinkel van Van der Plas, sinds 1935 van Jacob Feitsma, nog gekend. Diens zoon Hein Feitsma zit in het collectieve geheugen als de man die blind de juiste schroefjes, moertjes en andere ijzerwaren in alle soorten en maten uit de tientallen ladekasten wist te goochelen. Ook alweer geschiedenis: de schoenmakerij annex schoenenwinkel, waar in de Tweede Wereldoorlog alle leer door de Duitsers in beslag is genomen.
Op nummer 28 heeft sinds 1881 een bakker gezeten. Of nee: de ‘start-up’ was nog aan de overkant, pas in 1905 zou Annius Steenbergen de huidige zaak op nr. 28 beginnen. Maar liefst vier generaties Steenbergen hebben er de scepter gezwaaid, als laatsten Jan en Petra Steenbergen. Na de handkar, transportfiets, hondenkar en gemotoriseerde bakfiets voor broodbezorging ging het aanbod over op banket, met hazelnootgebak als topper. Lowina en Marco Strampel zijn sinds 2008 eigenaar. Anno 2026 is Strampel de enige bakkerszaak in Steenwijk, een schril contrast met de 16 uit de jaren 50.
Over 't gedientien door de Werkgroep Steenwijks dialect
De Old Steenwiek biedt voor elk wat wils en is lekker leesbaar. Eén stukje is ook goed ‘vóórleesbaar’: ‘Over ’t gedientien’ in het Steenwijker dialect. Deze keer over het vroegere VVV-gebouwtje (’n ni’j dink) aan de Goeman Borgesiusstraat. Het is in de vorige eeuw opgetekend door ‘Luuks’, een van de aliassen van Upko Koenen (1912-1967), onder andere krantenuitgever, wethouder en locoburgemeester. Zijn nostalgische verhaaltjes publiceerde hij in de Opregte Steenwijker Courant.
Grenspalen langs de grens door Vincent Erdin
Hoe het zit met grenspalen, waartoe ze dienden en waar precies ze in de omgeving nog zijn te vinden doet Vincent Erdin uit de doeken. Dat ze nodig waren bij onduidelijkheid en geschillen over grond, is niet alleen iets van vroeger. In Europees verband werden grenscontroles tussen lidstaten eigenlijk overbodig nadat er vrijheid van verkeer voor personen en goederen was ingevoerd. Tegenwoordig doen grenzen, in theorie, weer dienst om ongewenste immigratie een halt toe te roepen. Ruilverkaveling en gemeentelijke herindeling zorgden tevens voor veranderde grenzen en grensaanduidingen.
Grenspalen uit met name de 19e eeuw waren nog houten borden langs de doorgaande weg tussen provincies. Omdat veel hiervan zijn vergaan of verdwenen, werden hun opvolgers van natuursteen of beton gemaakt. Op oude kaarten worden grenspalen vaak nog wel aangegeven, maar de meeste zijn verdwenen. Wie op historische kaarten de grens volgt, kan zo’n 80 palen tegenkomen tussen Kuinre, Oldemarkt, Steenwijkerwold en Wanneperveen. Natuurlijke grenzen (de Linde bij Kuinre, de Giersloot bij Eesveen en de Steenwijker Aa bij Kallenkote) behoefden uiteraard geen paal. Grenspalen blijken te appelleren aan de identiteit van lokale gemeenschappen. Men neemt het onderhoud wel op zich.
Met duidelijke plaatsbepalingen en foto’s in deze Old Steenwiek bij de hand is het een uitdaging voor wie zelf op zoek wil langs de openbare weg of in het veld.
De nog aanwezige grenspalen zijn tussen 2016 en 2022 gedocumenteerd te vinden in de beeldbank van de gemeente Steenwijkerland, via het Gemeentearchief.
Niet lopen over mijn grond - door Annemarie Meijer
Het is een pikante geschiedenis, opgetekend door Annemarie Meijer, waarin we van het centrum van Steenwijk worden meegenomen naar het in 1868 aangelegde station. Voordat de J.H. Tromp Meestersstraat bestond, was er een ‘onoverkomelijk’ stuk land van iemand, die de bouwplannen van de gemeente wist te keren. Plannen waren er genoeg geweest, maar nu eens was er geen geld voor, dan weer had de gemeente andere prioriteiten of moest het in bredere samenhang (het dempen van de ‘Oude Aa’) worden bekeken. Maar toen de weg dan eindelijk in aanleg was, werd de gemeente door de rechter teruggefloten. De weg zou een stukje over de percelen van twee notabelen lopen, de heer Aberson en mej. Rijkmans. De gemeente rekende op hun bereidheid de ‘benoodigde grond af te staan of te ruilen’ en begon alvast met de aanleg zodra de voorlopige koopcontracten rond waren. Mej. Rijkmans vocht de procedure aan vanwege de voorbarige werkzaamheden, kadastrale metingen, onduidelijke erfafscheidingen en wraakbare formuleringen en dagvaardde de gemeente. En ze won…
De gemeente moest niet alleen haar grond in oude staat terugbrengen, maar wegens ongeoorloofd gebruik ervan een flinke schadevergoeding betalen. Nog tijdens de herstelwerkzaamheden kocht de gemeente toen grond van de heren Smit en Aberson en legde daarop een eenvoudig pad aan, eind 1898 verbreed tot ‘Nieuwe Stationsweg’. Dit werd later de J.H. Tromp Meestersstraat, gekenmerkt door die merkwaardige bocht vanwege de aanpassingen van 1896.
De nieuwe editie ligt inmiddels bij de leden op de mat. Nog geen abonnee, maar wel nieuwsgierig? Overweeg dan een abonnement op ons kwartaalblad Old Steenwiek of neem een kijkje in onze beeldbank, waar u online kunt grasduinen in eerder gepubliceerde artikelen. Nog beter: word lid van onze historische vereniging en ontvang het blad vier keer per jaar automatisch.